IBM Maximo Spatial: locatiedata onderdeel van je onderhoudsproces
KENNISBANK > BLOGS > Maak locatiedata onderdeel van je onderhoudsproces
Locatiedata onderdeel van je onderhoudsproces

Maak locatiedata onderdeel van je onderhouds­proces

Gebruik je IBM Maximo en een GIS, zoals Esri ArcGIS? Dan wil je geen losse werelden, maar informatie die je onderhoudsproces ondersteunt. Assetdata, werkorders, kaartlagen en historie moeten samenkomen op het moment dat je mensen ze nodig hebben. Met IBM Maximo Spatial, vernieuwd binnen IBM Maximo Application Suite, leg je die verbinding moderner en eenvoudiger.

9 juni 2026 • 16 minuten lezen
7

Asset management vraagt om ruimtelijke context

Bij geografisch verspreide assets bepaalt de omgeving mede hoe je onderhoud voorbereidt, plant en uitvoert. Kun je bij de werklocatie komen? Ligt er een sloot, gebouw, kabel of leiding in de buurt? Kruist het tracé andere infrastructuur? Is er materieel nodig dat niet overal kan komen? Zijn er werkzaamheden in hetzelfde gebied die je kunt combineren? Die informatie zit niet altijd op één plek. Maximo bevat de onderhoudslogica, je GIS de ruimtelijke context.

IBM Maximo Spatial brengt die werelden dichter bij elkaar. Niet als extra kaartje naast je proces, maar als context bij assets, locaties, service requests en werkorders. Zo worden locatiedata bruikbaar waar je onderhoudsmensen beslissingen nemen: bij de voorbereiding, planning, uitvoering en analyse van het werk.

Locatiedata onderdeel van je onderhoudsproces

Van werkorder naar werklocatie

Een werkorder vertelt wat er moet gebeuren. Maar bij assets in een netwerk, tracé of groot areaal is de vervolgvraag minstens zo belangrijk: waar precies?

Met Spatial plaats je storingen en werkorders geografisch op basis van bijvoorbeeld een serviceadres, asset, locatie of een punt, lijn of vlak op de kaart. Dat maakt vooral verschil bij assets die niet logisch aan één adres hangen. Denk aan een put in een weiland, kabeltracé, leidingsegment, installatie langs de weg of assets verspreid over een terrein.

Voor planners wordt werk niet alleen als lijst zichtbaar, maar ook in relatie tot gebied, route en beschikbare capaciteit. Monteurs krijgen een duidelijkere werklocatie, ook mobiel en offline. Beheerders en reliability engineers zien beter hoe meldingen, assets en omgeving samenhangen.

Daarmee wordt locatie-informatie geen aparte GIS-laag die iemand erbij moet zoeken, maar een vast onderdeel van je onderhoudsproces.

Planning wordt sterker als locatie meedoet

Onderhoudsplanning draait om prioriteit, capaciteit, skills, certificeringen, tijdvensters, materieel en beschikbaarheid. Als locatie daar los van staat, mis je een belangrijk deel van de puzzel.

Bij een storing wil je snel zien wie in de buurt is en welke middelen beschikbaar zijn. Bij gepland onderhoud wil je weten welke werkzaamheden in hetzelfde gebied liggen. En als specifiek materieel, zoals een graafmachine of dienstwagen, al in de regio staat, wil je dat kunnen meenemen.

Zonder goede koppeling blijft dit vaak mensenwerk. Een planner weet uit ervaring wat slim is. Een monteur kent het gebied. Een beheerder weet waar eerdere problemen speelden. Waardevolle kennis, maar kwetsbaar als die niet structureel beschikbaar is.

Spatial maakt die context explicieter. Werkorders, assets en locaties zijn geografisch zichtbaar. Kaartinformatie, routes en beschikbaarheid worden beter meegenomen in planning en uitvoering. Niet om onderhoudsprofessionals te vervangen, maar om ze beter te ondersteunen.

Maximo-data in geografische context

De koppeling tussen Maximo en je GIS werkt twee kanten op. Data uit je GIS worden bruikbaar binnen Maximo, terwijl Maximo-data meer betekenis krijgen in je GIS.

Dat laatste is interessant als je meer wilt doen met onderhoudshistorie. In Maximo staat vaak jaren aan data over storingen, incidenten, werkorders, doorlooptijden, kosten en prestaties. Maar zolang je die data vooral in tabellen, rapportages of dashboards bekijkt, blijven ruimtelijke patronen verborgen.

Patronen die je in tabellen minder snel ziet

Een bepaald gebied heeft opvallend veel storingen. Incidenten ontstaan vaker langs een specifiek tracé. Vergelijkbare assets gedragen zich anders door bodem, bereikbaarheid, belasting of omgevingsfactoren. Of de kaart laat zien dat je werk slimmer kunt bundelen dan uit een lijst blijkt.

Voor dat type analyse is je GIS vaak de logische plek. Spatial maakt Maximo-data daar beter bruikbaar. Zo benut je Maximo voor onderhoudsprocessen en je GIS voor geografische analyse, zonder die werelden kunstmatig uit elkaar te trekken.

Lineaire assets vragen om meer dan tabellen

Bij lineaire assets in Maximo wordt de waarde van Spatial extra zichtbaar. Een leiding, kabel, spoorlijn, weg of transmissielijn is geen los object met één vaste plek. Het is een asset over meters of kilometers, met segmenten, eigenschappen, relaties en historie over de lengte.

Een leiding kan per segment uit ander materiaal bestaan. Een weg kan per traject een andere ondergrond hebben. Een kabeltracé kan op bepaalde punten kruisen met andere infrastructuur. Ook onderhoud wordt niet altijd over de volledige lengte van een asset uitgevoerd.

Dat kun je administratief vastleggen, maar de impact begrijp je sneller als je het ruimtelijk ziet. Waar begint en eindigt het segment? Welke features liggen op of rond het tracé? Waar is toegang mogelijk? Welke eigenschappen gelden voor dit deel? Wat is de onderhoudshistorie? En wat betekent het als je maar een deel van het werk uitvoert?

Voor netbeheerders, waterschappen, infrabeheerders en andere asset-intensieve omgevingen maakt Spatial lineair onderhoud concreter en beter traceerbaar.

De vernieuwing zit vooral in de manier van koppelen

Maximo Spatial bestaat al langer. De ontwikkeling zit vooral in de manier waarop IBM binnen IBM MAS opnieuw in deze functionaliteit investeert. Waar een Maximo-GIS-koppeling vroeger vaker hard, technisch of maatwerkgevoelig was, is de huidige aanpak moderner: meer webbased, meer servicegericht, losser gekoppeld en beter beheersbaar bij updates en upgrades.

Dat is relevant als je al jaren met Maximo en een GIS werkt. Veel omgevingen hebben bestaande interfaces, databronnen en werkafspraken. Dan wil je niet simpelweg een koppeling toevoegen, maar een inrichting die betrouwbaar is, goed te beheren blijft en past bij je governance.

De vraag is niet meer of je data uit je GIS in Maximo krijgt, maar hoe je Maximo en je GIS zo laat samenwerken dat gebruikers erop kunnen vertrouwen.


Eens sparren over de beste koppeling tussen IBM Maximo Spatial en je geografische data? Neem contact op met Wouter Schouten via +31 (0)6 52 68 37 43 of w.schouten@gemba.nl.

Deel dit bericht

Bekijk alle blogs

Wil je sparren over je asset management-uitdagingen?

Ook benieuwd naar de mogelijkheden?

Meer weten over de mogelijkheden van IBM MAS? We denken graag met je mee over de praktische toepassing in jouw organisatie. Neem contact met ons op, via +31 (0)20 482 29 29 of info@gemba.nl.

Maak een afspraak
×